PatientSummary IG NL
1.0.0-alpha.2 - Alpha
Deze pagina is onderdeel van de Patiëntsamenvatting-IG NL (v1.0.0-alpha.2: Release) gebaseerd op FHIR (HL7® FHIR® Standaard) R4. Dit is de huidige, gepubliceerde versie. Voor de hele lijst met beschikbare versies, zie de Lijst met gepubliceerde versies
Generieke bouwstenen specificeren hoe informatie wordt gemodelleerd voor alle bekende usecases. Het is niet de verwachting dat alle gemodelleerde informatie actief wordt ondersteund door elke gebruiker van een bouwsteen, want sommige informatie is mogelijk niet relevant voor de usecase. De verwachtingen kunnen bovendien anders zijn voor de verschillende rollen in het proces. In de regel zullen de generieke bouwstenen alleen actieve ondersteuning vereisen voor de onderdelen die nodig zijn voor correcte interpretatie van de data of die wettelijk verplicht zijn. Voor specifieke usecases kunnen aanvullende eisen worden gedefinieerd; dit gebeurt als onderdeel van de usecase-specificaties.
De generieke bouwstenen gebruiken het obligations-mechanisme van FHIR om de eisen met betrekking tot de ondersteuning van gemodelleerde informatie te specificeren. Met dit mechanisme kan fijnmazig per actor gespecificeerd worden wat de eisen zijn voor elk gegevenselement in een model. Obligations zijn aanwezig in zowel de afsprakenmodellen als de FHIR-profielen.
De obligations die worden gebruikt voor de generieke bouwstenen gebruiken de vereistenniveaus SHALL en SHOULD volgens de definities in RFC 2119.
| Term | Eisniveau | Definitie |
|---|---|---|
| SHALL | Verplicht | Betekent dat de definitie een absolute vereiste van de specificatie is. |
| SHOULD | Aanbevolen | Betekent dat er in bepaalde omstandigheden geldige redenen kunnen zijn om een item te negeren, maar dat de volledige implicaties moeten worden begrepen en zorgvuldig afgewogen voordat een andere aanpak wordt gekozen. |
Generieke bouwstenen zijn bedoeld voor het registreren en uitwisselen van informatie. Hiervoor worden drie verschillende actoren onderkend. Dit zijn generieke actoren. Voor usecases kunnen aanvullende, usecase-specifieke actoren worden gedefinieerd.
Deze actordefinities gaan over de rol die het systeem vervult tijdens het proces. Vaak vertegenwoordigt één fysiek systeem meerdere actoren.
mustSupportNaast obligations hebben data-elementen ook een kardinaliteit om aan te geven hoe vaak het mag of moet voorkomen. Dit zijn complementaire mechanismen. De kardinaliteit beschrijft eisen aan de data, obligations beschrijven eisen aan actoren.
Wanneer bijvoorbeeld een element een kardinaliteit van 0..1 of 0..* heeft, hoeft de informatie niet aanwezig te zijn in de data. Deze kardinaliteit kan gekozen zijn om verschillende redenen: de informatie is niet relevant voor elke instantiatie van het model (een procedure kan onderhande zijn, dus de eindtijd kan afwezig zijn), er kunnen legacy gegevens zijn waarin het gegeven niet geregistreerd is, het wordt niet noodzakelijk geacht om de informatie vast te leggen of uit te wisselen. Met obligations kan worden aangegeven dat bijvoorbeeld registrerende systemen het gegevenselement wel moeten vullen op het moment dat de informatie bestaat.
FHIR specificeert ook een mustSupport-vlag voor elementen; wanneer deze op actief staat, geeft dat het signaal dat er ondersteuning verwacht wordt van gebruikers, maar wat precies de verwachting is, moet verder worden gespecificeerd in de bijbehorende documentatie. In deze gids zijn alle elementen met obligations aangemerkt als mustSupport omdat dit een vereiste is van de FHIR spec. De interpretatie van mustSupport in deze gids is dat de verwachtingen rond ondersteuning volgen uit de obligations. De mustSupport-vlag dient in dit geval als fallback voor partijen die nog niet bekend zijn met obligations.
Op generiek niveau hoeft slechts een kleine subset van de gegevenselementen aanwezig te zijn voor een zinvolle interpretatie van de vastgelegde of uitgewisselde gegevens. Voor verplichtingen op dit generieke niveau is dit de enige overweging. Latere specificaties voor usecases kunnen aanvullende verplichtingen bevatten met betrekking tot informatie die relevant is voor die usecase.
Gewoonlijk worden verplichtingen en kardinaliteit als volgt toegepast:
| Kardinaliteit | Registrerend systeem | Ontsluitend systeem | Ontvangend systeem | |
|---|---|---|---|---|
| Element nodig voor correcte interpretatie | 1.. | SHALL able to populate | SHALL populate | SHALL handle |
| Element niet nodig voor correcte interpretatie | 0.. | SHOULD populate if known | SHALL no error |
Dit vertaalt zich als volgt:
Deze verplichtingen betekenen ook dat uitwisselende systemen niet verplicht worden gemaakt om informatie in te vullen als die niet in eerste instantie is geregistreerd. Op het generieke niveau wordt de uitwisseling van historische of onjuist geregistreerde informatie dus niet beperkt. In usecase-specificaties kan dit eventueel wel gedaan worden als daar een aanleiding voor is.
De logische modellen worden gebruikt als basis voor het definiëren van FHIR-profielen. Daarom komen de obligations die in de logische modellen zijn gedefinieerd overeen met die in de FHIR-profielen, behalve wanneer er een indirecte koppeling is tussen het logische model en het FHIR-profiel.
De actor "Registrerend systeem" ontbreekt in de FHIR-profielen, omdat FHIR gaat over gegevensuitwisseling, niet over registratie.